Een dag uit het leven van een sollicitant

Een dag uit het leven van een sollicitant kan soms moeilijk zijn. Soms doe je zo je best, en dan resulteert het in niks. Om moedeloos van te worden. Tegelijk geeft het ook weer hoop als je uitgenodigd wordt voor een gesprek of misschien zelfs een tweede gesprek. 

De reischristelijke-vacaturebank

Ik heb een sollicitatiegesprek in Almere. Aangezien ik geen rijbewijs heb, ga ik met de trein.

’s Ochtends ga ik werken (ik heb nog ongeveer 2 maanden werk, lucky me :)). Na het werk loop ik naar het station. Er rijden geen treinen. Met de bus ga ik naar Amersfoort centraal. Daar aangekomen blijkt er geen enkele trein te vertrekken vanwege een wisselstoring. Ik wacht en wacht. Wat moet ik nu doen? Hoe kom ik bij mijn gesprek in Almere?

Eindelijk vertrekken we. Op naar Hilversum. Red ik het nog op tijd? Ik merk dat het me stress oplevert. De trein is vertrokken, maar stopt deze trein ook in Weesp? Dat is niet gezegd, maar de routeplanner zegt van wel. 10 minuten later in Hilversum krijg ik ook bevestiging dat de trein naar Weesp gaat. Het lijkt goed te komen. Even een zucht. Nu hopen dat alles goed blijft gaan.

De overstap op Weesp gaat goed en ook de bus red ik. Na 15 minuten lopen bel ik aan bij het kantoor.

Het gesprekchristelijke-werkgevers

Ik word door een vriendelijke man door het kantoor naar de kantine geleid. Hij biedt mij koffie aan en daarna zegt hij dat ze me zo komen halen. Ik zit rustig te wachten. Op de wanden zie ik verschillende posters met kernwaarden aan de muur hangen. Interessant dat ik zo wat meer te weten kan over de binnenkant van het bedrijf. Terwijl ik de posters bekijk komt een man de ruimte binnen. Ik geef hem een hand, hij stelt zich voor als de persoon met wie ik een gesprek heb (en die ik eerder gesproken heb). ‘ik kom zo bij je’ zegt hij en loopt weer verder.

Na een tijdje komt hij bij me. Hij begeleidt me naar het kantoor boven en vraagt hoe mijn reis was. ‘nou, de treinen reden niet goed, dus dat is best lastig.’ Hij is verbaasd dat ik met de trein ben gekomen. Boven gekomen lopen we langs een kantoor. Ik zeg vriendelijk gedag en een vrouw meldt dat ze er zo aan komt. Even later komt ze de ruimte binnen, waar wij zijn gaan zitten, en stelt zich voor als mijn tweede gesprekspartner. We hebben het opnieuw even over de treinen. Ik pak intussen de papieren die ik heb meegenomen (vacaturetekst en motivatiebrief).

Als we allemaal rustig zitten, begint de man het gesprek. Ik ben wat zenuwachtig, maar probeer zo comfortabel mogelijk te gaan zitten. Er wordt wat verteld over de gesprekspartners en het bedrijf. Ik krijg wat organograms onder ogen en krijg een steeds beter beeld hoe de organisatie is georganiseerd. ‘En hoe ziet de afdeling eruit?’ vraag ik. Ook daar hoort weer een organogram bij en ik weet voldoende over de organisatie om voorzichtig enthousiast te worden.

‘Wie ben jij?’cvb

En nu ben ik aan de beurt… Waarom wil ik recruiter worden bij dit bedrijf? 2 vragen in 1. Ik maak duidelijk dat mensen vinden, boeien en binden iets is waar ik energie van krijg, dat ik eerder in dezelfde richting stage gelopen heb en hoe me dat aansprak, enzovoorts. Daarnaast vertel ik iets over wat ik nu doe en hoe mijn eigen bedrijf, de Christelijke Vacaturebank, zich ontwikkelt. Dit valt in goede aarde en hierover praten we nog even verder. Vervolgens wordt gevraagd naar mijn opleidingen en ik leg uit hoe dat zo is gelopen.

Dan komt de vraag of ik een rijbewijs heb. Altijd vervelend als ik daar ‘nee’ op moet antwoorden, omdat dat mijn kansen zou kunnen verkleinen. Daarom maak ik er ‘nee, maar ik ben heel flexibel met openbaar vervoer en fiets’ van. Dat klinkt minder zwaar en er wordt ‘flexibel met ov’ opgeschreven. Zou ik het daarmee voldoende getackeld hebben?

Er wordt nog wel gevraagd waarom ik dan geen rijbewijs heb. Altijd lastig. Ik hoef het niet te vertellen, volgens de regels, dus ik twijfel even. Uiteindelijk vertel ik toch over mijn epilepsie. Hier gaan we even over verder en uiteindelijk lijkt dat te zijn afgedaan als een ‘acceptabel gegeven’.

Die ene vraag

De tijd is bijna om, dus we gaan afronden. ‘Heb jij nog vragen?’, vragen zij. Oei.. Je weet dat de vraag komt, er is veel besproken, maar het zou goed zijn om nog een vraag te stellen. Er komt niks in me op, dus ik maak me er van af met: ‘nee, volgens mij is alles besproken’. Zul je zien dat ik straks in de trein vragen weet die ik had kunnen stellen.

En zo gezegd, zo gebeurd. Echter leg ik me er bij neer en hoop ik er maar het beste van.

Het resultaat

Het bedrijf neemt twee weken de tijd om te laten weten of ik op een tweede gesprek mag komen. Na ruim anderhalve week krijg ik een mailtje dat ik zij verder gaan met een ander en ik dus niet verder meegenomen wordt in de sollicitatieprocedure.

Ik merk dat ik er gefrustreerd van raak dat ik een mailtje krijg van het bedrijf, nadat ik op gesprek ben geweest. Bijzonder vervelend, omdat ik als sollicitant moeite heb gedaan om op gesprek te komen. De reis verliep ook niet vlekkeloos en toch was ik op tijd, en dan word ik eigenlijk zo bedankt voor mijn inzet. Dat is vervelend en helpt het bedrijf niet aan een goed imago. Nu zijn er misschien genoeg sollicitanten voor een job als recruiter, maar degenen die je nu ‘slecht’ behandeld, zou je in de toekomst zomaar eens heel hard nodig hebben (kijk maar eens bij de gehandicaptenzorg).